De parallel
Homo viator in microkosmos
Van Eeden, Lagerlöf en... Rabelais
door Katarzyna Zawadzka

Er was eens een Rabelais. Hij heeft Gargantua en Pantagruel in jaren 1532-1564 geschreven. Dit meesterwerk - een parodie op een ridderlijke epiek, vol obscene humor en grotesk, en tevens in een kleurige en krachtige taal geschreven - drijft de spot met de maatschappij, waarin de auteur leeft . Rabelais leerde ons kennismaken met een wereld van losbandigheid en angst , een wereld van vrijheid gebonden met harmonie en vraatzucht en tenslotte een wereld van gewone mensen (maar niet gebaseerd op hartstochten) en reuzen. Wat hier in de roman in hectoliters gegoten is, is niet altijd wijn maar ook... urine! ("Oei!" - schreeuwden alle aardige meisjes). Deze overdreven verbeeldingen , die in het boek met veel passie geschreven werden, zijn in zekere mate een afspiegeling van de toenmalige ideën van micro- en macrokosmos , die enige tientallen jaren later populair werden dankzij de (barok) filosoof Blaise Pascal.
De overdrijving van de barok werd vooral gebaseerd op vergrotingen: grote ideën (Don Cichote door Cervantes), grote schilderijen (Caravaggio, Rubens, Rembrandt van Rijn) en grote dromen (Het leven is de droom door Calderon de la Barca).

Met de tijd hebben menselijke inzichten de kijk op de wereld veranderd. De macrokosmos had een analogisch tegenwicht nodig. De menselijke problemen en vooral de verlangens pasten niet meer in die maxi-verbeeldingen. Individualisme, harmonie tussen mensen en natuur, een wederzijdse relatie tussen twee werkelijkheden; deze mensen, deze natuur en de stijgende rol van het kind hebben een belangrijke plaats ingenomen. De ontwikkeling van de wetenschap werd duidelijk. De mensen waren heel benieuwd naar de wereld van de microkosmos. En Frederik Willem van Eeden gaf één van de literaire getuigenissen van dat verschijnsel toen in 1885 De kleine Johannes, een werk van hem, gepubliceerd werd. Het werk is een symbolische roman over een jongen die door de mysterieuze macht van zijn dromen een hele kleine jongen (zoals een kabouter) wordt. Zijn ongewone lengte werd voor hem de sleutel tot de insecten wereld, b.v. zij wandelen samen en begrijpen elkaar goed.

Ik zal hier geen samenvatting van de roman schrijven maar één ding is merkwaardig: deze kleine Johannes, die op zijn weg Windekind, Wistik, Pluizer, docter Cijfer, Oberon, Robinetta, Grote Licht en God (... weet wie nog) ontmoet, is een incarnatie van de tendensen van de tijd van Van Eeden. Johannes wil de regels van deze wereld ontdekken en hij slaagt er ook in: tot zijn grote verbazing verneemt hij van de dieren wat voor een beest de mens is of ten minste kan zijn. Het muisje:

De mensch is een verbazend boosaardich en lomp wezen, die liefst alles vangt en doortrapt wat onder zijn bereik komt.
Dat is de mensch, het verfoeilijkst gedrocht der schepping.

Op de krekelschool:

Eindelijk werd ook de mensch besproken. Het was een groot, nutteloos en schadelijk dier, dat zeer lang stond, daar het vliegen noch springen kon, maar dat gelukkig zeldzaam was. Een klein krekeltje, dat nog nooit een mensch gezien had, kreeg drie slagen met een rietje, omdat hij den mensch bij vergissing onder de onschadelijke dieren telde.

Selma LagerlöfDe vijfentwintigjarige auteur van De kleine Johannes stelde een sprookjesachtige wereld voor die door de ogen van een kind gezien werd. Er is steeds een klein stukje kind-zijn in ieder van ons. Daarom is het zo moeilijk om niet verder te lezen. Het verlangen naar het paradijs van een kind (gelukkig geen jeugd!) eindigde na Van Eedens werk duidelijk niet. Eenentwintig jaar later, in 1906, schreef de Zweedse schrijverster en lerares Selma Lagerlöf een roman Niels Holgerssons wonderbare reis. Het is een verhaal van de koppige kwajongen die op een zekere zondag niet met zijn ouders naar de kerk gaat, (een reden is zijn grote luiheid) maar thuis blijft. Na een kort dutje komt er een kabouter naar de jongen. Na deze ontmoeting werd Niels op een heel geheimzinnige manier een dwerg. Het is een ramp voor hem. Hij ontmoette de wilde ganzen en reisden met hen door Zweden. Eén van de ganzen, Akka, droeg hem op haar rug.

De wonderbare reis werd bedacht als antwoord op de vraag om een gemakkelijk te begrijpen boek te schrijven voor de Zweedse cultuur en literatuur (laat ons dat noemen). De ideologische basis van het boek werd de Bijbel. Het lijkt dat bij De kleine Johannes dat precies hetzelfde was. De zedelijke en filosofische functie van de boeken was heel belangrijk in die tijd. De droom speelt een duidelijke rol in beide romans. In beide boeken verscheen een belangrijk motief van een zwerftocht , die gedurende het hele verhaal meespeelt. We kunnen het verschijnsel van een verkleining (of vergroting; dat hangt af van een "point of view") zien. En pas deze feiten maken de romans de moeite waard om te lezen (niet alleen omdat het soms verplicht is...). Vooral in de wonderbare tijd van Kerstmis wanneer God een klein kind wordt...

Katarzyna Zawadzka

P.S.
1) Niet vergeet maar ook "Przygody Guliwera" en "Alicja w krainie czarów"!
2) Ik wou hier een grote "bedankt" aan Nathalie De Groof zeggen voor haar hulp in de verbetering van mijn teksten.

Dagboek van Ghani